Wie zijn de deelnemers aan ‘Mijn persbericht in de krant’?


Héél divers. Ongeveer de helft is afkomstig uit de sectoren onderwijs en zorg en welzijn. Vaak zijn dat communicatieadviseurs en -medewerkers, maar net zo vaak locatieleiders van (kleinere) scholen of welzijnswerkers die het schrijven van persberichten tot hun takenpakket rekenen. De andere helft bestaat uit andere sectoren die belang hebben bij het verspreiden van een boodschap onder een groot publiek. Bijvoorbeeld vrijwilligers van ouderenorganisaties, PR-medewerkers van cultuurorganisaties, grote bedrijven zoals Rabobank maar ook bijvoorbeeld fysiotherapie-, logopedie- of andere praktijken in de gezondheidszorg die willen leren hoe ze de krant kunnen halen met een nieuwswaardig persbericht. Af en toe schuift er ook een ZZP’er aan. Al met al een bont gezelschap dus. En het leuke is: tijdens de training geven deelnemers elkaar tips hoe ze dingen het beste aan kunnen pakken. Men leert dus ook van elkaar.

Met welk specifiek doel komen cursisten naar de training?


Over het algemeen om hun zichtbaarheid te vergroten. Kranten en online media lenen zich daar goed voor, want hun bereik loopt vaak in de tienduizenden potentiële lezers. Individuele verwachtingen verschillen vaak. De één wil wervend of aantrekkelijk leren schrijven, de ander wil meer inzicht in het feit waarom het ene persbericht wel en het andere niet wordt geplaatst (of wordt ingekort). De één is op zoek naar inspiratie voor nieuws of invalshoeken, de ander wil het mes in zijn of haar langdradige persberichten kunnen zetten, maar weet niet hoe.

Dit trucje kun je toch ook op internet leren?


De training start met een theoretische module die ongeveer twintig minuten duurt en waarvan de inhoud inderdaad ook online te vinden is. In dit gedeelte krijg je een helder begrip van wat nieuws is (en wat geen nieuws is). En je leert in een notendop hoe je een persbericht op een strakke manier opbouwt en schrijft. Dit laatste is voor een enkeling gesneden koek, voor anderen een welkome opfrisser en voor velen totaal nieuw. Maar zelfs voor de gevorderde persberichtenschrijver is het goed om weer even de basis onder de knie te krijgen, omdat de praktijk vaak uitwijst dat ze zijn afgedwaald van de theorie. Het overgrote deel van de training is niet op internet te vinden: praktische strategieën om snel te scoren met persberichten, helder opgebouwde oefeningen waarbij je heel snel de do’s en don’ts van persberichten door hebt plus een oefening doelgroepgericht schrijven zodat je loskomt van het jargon van jouw werkomgeving, voor velen trouwens een eye-opener. En vergeet de praktijkopdracht niet: na de training maak je een groter persbericht dat je samen met de trainer perfectioneert.

Wat is het niveau van de training?


Het is uiteraard niet zo dat je in één ochtend een hele HBO-leergang journalistiek aangeboden krijgt :). De opzet van de training is vooral praktisch van aard, zodat behalve academisch en HBO-geschoolden de ochtend ook voor MBO'ers prima te volgen is. Het uiteindelijke doel van de training (en de praktijkopdracht plus e-coaching na de training) is dat je een groter persbericht (ongeveer 350 woorden) kan schrijven dat zo goed in elkaar zit dat het door een communicatieprofessional of journalist geschreven had kunnen zijn. Een vaardigheid die je straks voorgoed in de vingers hebt en waar je dus je leven lang plezier van hebt!

Maar kranten gaan toch verdwijnen?


De digitalisering van de nieuwsvoorziening zet inderdaad door, maar daar staat tegenover dat er ook (of vooral) op het internet kansen liggen voor jouw persbericht. En papieren media zijn nog lang niet afgeschreven. Mensen kruipen weer graag achter een krant, nemen bijvoorbeeld een abonnement op een weekendkrant en wat te denken van al die bedrijvenmagazines en stadsglossy’s die op de markt komen?